Dubbelinterview Thomas Koenis & Jessey Voorn
"Geef ons de tijd"
Exclusief voor deze website interviewde Hink Jan Apotheker de GasTerra Flames spelers Thomas Koenis en Jessey Voorn.
20 november 2011 -
Op een mooie zonnige middag sprak de redactie onder het genot van een prima lunch in het centrum van de stad met Thomas Koenis en Jessey Voorn over Groningen, basketbal, de club, het publiek en de toekomst. Deze twee mannen hebben nogal wat overeenkomsten. Zo moesten ze beide bij hun vorige club vertrekken door een faillissement, zijn ze allebei 21 jaar, wonen ze onder één dak in Beijum, waren de laatste twee die de ploeg compleet maakten en zijn ze grote, wellicht de grootste, talenten op hun positie in Nederland. Bovendien, ze spelen samen bij een topploeg in Groningen, GasTerra Flames.
Het bij elkaar in één huis wonen beschouwen ze allebei als een voordeel. Het is leuk en gezellig en ‘alleen is ook maar zo alleen’. Bovendien kenden ze elkaar al goed. Sinds 2005 hebben ze samen in diverse Nederlandse teams gespeeld en daarnaast kwamen ze elkaar in de competitie al regelmatig tegen. Twee spelers die blij zijn dat ze nu in Groningen hun kunsten kunnen en mogen vertonen. Aan de hand van een aantal onderwerpen kwam het gesprek meteen goed op gang.
(tekst: Hink Jan Apotheker, foto's: Arnold Meijer)
© 2011 GasTerra Flames
Groningen
Jessey: “Groningen is een mooie stad. Na Amsterdam is het ook de enige stad in Nederland die mij echt aanspreekt. Er heerst een leuke sfeer en in het centrum is alles lekker dicht bij elkaar. Ik ben nog niet zoveel in het centrum geweest maar dat zal vast nog wel komen. Over MartiniPlaza kan ik alleen maar zeggen: I love it! Als tegenstander was het al gigantisch maar nu is het helemaal super omdat iedereen achter je staat. Alles is hier goed geregeld en het is absoluut de mooiste hal van Nederland. Ik heb nog veel contact met familie en vrienden en als we twee dagen vrij zijn ga ik wel eens terug naar Amsterdam maar het bevalt me echt prima hier.”
Thomas: “Groningen is een heel gezellige stad en overal is altijd wat te doen. Zelfs in Beijum bevalt het me prima. We hebben een keurig huis met alles er op en er aan en ik kan je zeggen, het kan ook anders. MartiniPlaza is echt een gekkenhuis, helemaal geweldig. Wat een heerlijke sfeer en entourage. Ik vind de hallen van Den Bosch en Almere, samen met Groningen, de mooiste hallen om in te spelen. De sporthal in Leek is ook een prima zaal maar het is wel vervelend dat we elke dag als we twee keer trainen 120 kilometer moeten rijden. Het zou mooier zijn als we ook in MartiniPlaza zouden kunnen trainen dan is het plaatje hier helemaal af. Ik bel vaak met mijn ouders, mijn vrienden en mijn vriendin die in Den Helder woont. Het is altijd prettig om even te praten met de mensen die mij goed kennen. Maar ik heb het prima naar mijn zin hier. “
Topsport
Thomas: “Ik ben begonnen met voetbal, dat heb ik zes jaren gedaan. Mijn broers waren toen aan het basketballen en dat virus heb ik vervolgens overgenomen. Eerst gewoon omdat ik het leuk vond maar ik werd steeds fanatieker en werd daardoor steeds beter. Vanaf mijn 15e heb ik de serieuze keuze gemaakt om er helemaal voor te gaan. Mijn vrienden gingen op stap maar ik koos voor de sport. Als je er veel voor over hebt kom je ook steeds verder, zo zie je maar weer en speel ik nu voor een topploeg. Naast het basketbal doen we als team veel samen om te ontspannen. Vaak kijken we met een groep op vrijdagavond naar de Voice en dan eten we ook samen. Dan hebben we een hoop lol en dat is goed qua ontspanning. In februari ga ik weer verder met mijn opleiding want dat vind ik ook belangrijk voor de toekomst.”
Jessey: “ Ik heb eerst lang aan judo gedaan. Dat kwam door mijn vader die profbokser was en zes keer Nederlands kampioen is geweest. Hij vond het goed voor mijn zelfbescherming en dat was het zeker ook. Toen begon het basketbal en ik wist meteen al, hier wil ik iets in gaan bereiken en daarvoor gaat alles op zij. Als je zo’n doel hebt dan heb je er ook alles voor over. Basketbal is mijn werk en daarnaast is relaxen erg belangrijk want je werkt elke dag met je lichaam. Daar is ook wel tijd voor en die tijd moet je goed besteden. Ik laat mijn opleiding nu even rusten omdat ik eerst in de sport echt de top wil bereiken.”
Het Nederlandse Basketbal
Thomas: “Het basketbal leeft in Nederland niet zoals het eigenlijk zou moeten. Kijk bijvoorbeeld naar België, daar is de sport veel groter en gaat er meer geld naar toe. Hier is het met name voetbal en schaatsen en pas veel later volgt basketbal. Het begint al vroeg bij de jeugd waar bijna iedereen in eerste instantie op voetbal wil. Erg jammer. Ik heb nu al twee failliete clubs noodgedwongen moeten verlaten. Dat zegt al genoeg.”
Jessey: “Het is gewoon dramatisch en ik ben er absoluut niet blij mee. Ik heb het zelf meegemaakt met Amsterdam dat ze geen sponsoren konden vinden en dat de boel plofte. Eigenlijk zou elke grote stad zoals Amsterdam, Utrecht, Den Helder en Bergen op Zoom een topteam moeten hebben. Dan hebben we ook meteen weer een goeie competitie. De promotie van de sport is gewoon slecht. We hebben zoveel bedrijven en in Nederland gaat het zakelijk eigenlijk best wel goed. Ik vind het onbegrijpelijk dat er zo weinig in onze sport wordt geïnvesteerd terwijl het zo geweldig is om naar te kijken.”
De ploeg en de coach
Jessey: “Ik ken Hakim al sinds mijn elfde. We kennen elkaar goed en buiten het veld is hij zelfs als een soort van familie voor me. Ik kan altijd op hem rekenen en hij op mij. Zijn visie op het spel is duidelijk en helder en daarin volg ik hem volledig. Het is een echte winnaar en ontwikkelt zichzelf ook steeds verder als coach. Veel spelers kende ik al. Voor mij waren Alex, Kevin en David echt nieuw maar die leer ik als mens en als speler nu ook snel kennen. Dit team heeft veel ervaring. Dat miste ik vorig seizoen in Amsterdam want daar was ik zelf één van de belangrijkste spelers. Nu ben ik blij met mijn rol want ik leer heel veel op de trainingen en soms laten ze me echt alle hoeken van het veld zien. En juist dat is goed voor mij. David is voor mij in de aanval iemand om van te leren. In de verdediging is dat natuurlijk Jason. Wat een energie heeft hij. En als mens is dat Bryan. Van hem leer ik veel want hij heeft zoveel basketbalintelligentie. Naast alles wat ik eerder van Teddy Gipson heb geleerd leer ik nu het meest van hem. Hij is erg belangrijk in het teamproces en is een echte leider. ”
Thomas: “De coach is heel direct en duidelijk. Daar hou ik van want dan weet je precies waar je aan toe bent. Ik weet wat hij wil, goed is goed en slecht is slecht. De spelersgroep ervaar ik als erg prettig. Het is een volwassen team met ervaring en de meesten kennen de klappen van de zweep. Er zijn veel ervaren spelers waar ik alleen maar van kan leren. Ik leer het meest van Bryan omdat hij veel met me praat en goeie tips geeft. We praten over van alles dus niet alleen over basketbal. Hij heeft echt het overzicht op het veld en ziet werkelijk alles. Ik zie hem een beetje als de Theo Janssen van Groningen. Hij is bepalend en nadrukkelijk aanwezig. Niet altijd de makkelijkste maar wel vaak beslissend.”
Het publiek
Thomas: “Als alles goed gaat is iedereen tevreden en is het dikke prima. Als het wat minder gaat dan zijn mensen kritisch en dat laten ze soms ook merken. Ik begrijp dat heel goed. Het is voor ons niet altijd leuk maar best wel logisch. Ik vergelijk het wel eens met het presteren van Ajax, zij moeten ook altijd winnen. Het seizoen is nog vroeg dus laten we allemaal een beetje geduld hebben. Bovendien is het even wennen voor mij, vroeger speelde ik hier als tegenstander en was iedereen tegen me. Nu is iedereen voor mij en dat voelt toch wel een stuk prettiger kan ik je zeggen.”
Jessey: “Ik ben hier nog maar net maar heb het allemaal wel op afstand gevolgd. Vergeet niet dat de afgelopen jaren hier nagenoeg hetzelfde team heeft gespeeld. Nu is echt alles nieuw en moet er weer worden opgebouwd. Dat kost tijd en is even wennen, ook voor het publiek. Ik vind het prachtig om hier te spelen met zo veel toeschouwers die achter je staan. Het geeft mij een enorme boost. Ik zag die banner van de zesde man hangen, zo voelt het ook echt. En zoals je weet, in Amsterdam was het wel anders. Daar speelden we alleen finales met veel publiek en hier gewoon elke wedstrijd weer.”
Druk en spanning
Jessey: “ik leg veel druk op mij zelf. Ik heb hoge verwachtingen van mezelf en ik wil belangrijk zijn voor het team. Dat is mijn rol ook. Ik leerde dat vroeger al van mij vader. Soms is dat wel een nadeel omdat het extra druk met zich meebrengt. Hakim helpt me daarbij en leert me om gewoon mijn ding te doen. Niet te veel nadenken maar gewoon spelen. Dan wordt het gewoon gezonde druk en dat leer ik nu steeds beter om te doen. Op de point spelen is nieuw voor me en daar ligt nu mijn focus op. Ik heb de skills en leer elke dag bij want het is een belangrijke plek om te spelen. Nu moet ik nog leren om een wedstrijd onder controle te krijgen en te houden. Van het publiek of van de tegenstanders voel ik geen druk, nee, alleen van mezelf.”
Thomas: “Daar moet je mee omgaan door gewoon te spelen. Ja, de druk is best hoog want er wordt verwacht dat we alles winnen. En dat moet hier natuurlijk ook maar het is wel heel wat anders dan mijn afgelopen jaren in Bergen op Zoom. Ik weet wat ik moet doen en doe dat zo goed mogelijk, vooral rebounden en hard verdedigen. Zelf moet ik er niet veel extra druk op gaan leggen, dat is nu mijn voornaamste doel. Soms lukt het even niet maar ik heb geleerd om altijd gewoon door te gaan. Ik ben kritisch over mezelf en dat leidt altijd tot verbetering. Vergeet niet dat ik lang geblesseerd ben geweest aan mijn enkel en het kost tijd om dan weer op het oude niveau terug te komen. Het heeft tijd nodig maar ik ben er van overtuigd dat het alleen maar beter wordt. Ik weet wat ik kan en dat gaat er straks absoluut uitkomen.”
Waar staan we nu?
Thomas: “De eerst fase van de competitie staan we eerste en bovenaan. We blijven als team doorleren en zitten midden in de stijgende lijn. Voor dat doorlopende proces is Bryan Defares heel belangrijk. Soms spelen we nu heel goed en soms nog wat minder. We moeten vooral constanter worden en alle vier kwarten goed spelen. En het doel is helder, we willen kampioen worden.”
Jessey: “We zitten als team nu in een proces en geloof me, we gaan nog zoveel beter worden. We zijn al een hechte groep maar we groeien steeds verder naar elkaar toe. Binnenkort zal blijken dat we samen veel meer onder de knie hebben. Hard trainen leidt tot verbeteringen. En natuurlijk is het doel helder, ja, we willen kampioen worden.”
Grootste voorbeeld
Jessey: “In Nederland heb ik die nu niet. Jaren geleden was dat voor mij overduidelijk Teddy Gipson. Daar keek ik echt enorm tegen op. Hij was niet zo spraakzaam maar toch heb ik heel veel van hem geleerd en opgestoken. Nu speelt er jammer genoeg niet meer een vergelijkbare speler zoals hij in onze competitie. Als ik kijk naar de hele wereld dan is dat met grote letters Kobe Bryant. Dat is mijn grote voorbeeld. Hij is echt goed en bovendien beheerst hij ook de Europese fundamentals. Dat geldt zeker niet voor alle NBA spelers. Ze onderschatten daar het Europese spel wat veel meer een teamprestatie is en duidelijk minder individueel.”
Thomas: “Voor mij is dat Peter van Paassen. Die ken ik al sinds mijn tijd in Den Helder. Dat was mijn grote voorbeeld. We spelen op dezelfde positie en ik heb veel van hem geleerd. Het is een echte professional en bovendien een hele aardige gozer. Ik heb nu niet echt een idool. Vroeger was dat trouwens Edwin van der Sar. Dat was mijn held en dat is hij eigenlijk nu nog.”
Over 5 jaar
Jessey: “Mijn doel is dan, spelen in de top van Europa. Mijn droom is en blijft de NBA, daar ben en blijf ik heel eerlijk over. Ik heb nog de tijd en doe mijn uiterste best om dat doel proberen te halen.”
Thomas: “Ik ben niet zo’n dromer. Ik ben een realist. Ik zou het heel mooi vinden dat als mijn lichaam blijft meewerken dat ik over bijvoorbeeld 10 jaar een vergelijkbare basketbalcarrière als Peter van Paassen zou hebben gehad. Daar zou ik nu voor tekenen.”
Geef ons de tijd!
Beide heren zijn het helemaal met elkaar eens over wat ze graag nog zouden willen zeggen: “Blijf ons vooral steunen! Geef ons de tijd want we moeten gewoon nog aan elkaar wennen om samen beter en sterker worden. Accepteer dat alles nieuw is en dit proces kost even tijd. We hebben de gelegenheid om alleen maar beter te worden. Jullie zijn een geweldig publiek wat voor ons heel belangrijk is. Dit hebben wij nog nooit zo meegemaakt. We voelen het als een eer om hier te mogen spelen.”